In ons vak willen we vaak zoveel mogelijk betekenen voor mensen. Dat is mooi. Maar er zit ook een risico aan: over je professionele grenzen heen gaan. Soms komt er een moment waarop je denkt: “Als ik nu ook kinderen ga behandelen… of juist volwassenen… dan kan ik nóg meer betekenen.” Die intentie is prachtig. Maar… goede bedoelingen zijn niet genoeg.
Je bent volledig opgeleid om te werken met volwassenen. Je kent de ontwikkelingspsychologie van volwassenen, hun levensfases, copingstrategieën, en de bijbehorende interventies. Dan volg je een korte training over werken met kinderen, en ineens heb je een jongere cliënt in je praktijk.
Maar kinderen zijn geen mini-volwassenen. Ze denken anders, voelen anders, verwerken anders. En wat voor een volwassene helpend kan zijn, kan voor een kind zelfs schadelijk zijn.
Je hebt jarenlange ervaring met kinderen en jongeren. Je begrijpt hun taal, hun ontwikkelingsfases, hun spel en symboliek. Dan doe je een korte workshop over volwassenen, en denkt: “Ik kan dat ook.”
Maar volwassen problematiek vraagt andere diagnostische vaardigheden, andere gespreksvoering, en vaak een ander tempo van verwerking.
Wil je écht een nieuwe doelgroep gaan bedienen?
Dan is er maar één weg: een volwaardige opleiding of specialisatie. Dat betekent:
Niet voor het diploma aan de muur, maar voor de zekerheid dat je weet wat je doet.
We hebben een verantwoordelijkheid naar onze cliënten, maar ook naar ons vak.
Laten we kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.
Laten we trots zijn op ons specialisme, en samenwerken met collega’s die een ander specialisme hebben.
Want de beste hulp die je soms kunt bieden, is iemand doorverwijzen naar de juiste expert.
Heb jij ooit een cliënt doorverwezen omdat het buiten jouw expertise lag? Hoe reageerde de cliënt?